Zaaien:
- Begin maart voorzaaien en op een warme lichte plek zetten.
- Vul je potjes met de potgrond. Verdeel enkele zaadjes (niet teveel!) gelijkmatig over de grond. Bedek de zaden dan met een klein laagje aarde.
- Laat de grond niet uitdrogen, maar maak hem ook niet te nat. Met de sproeier vochtig houden.
- De kiemtemperatuur bij tomaten bedraagt 20 tot 24°C.
Verspenen
- Verspeen de zaailingen van je tomaten wanneer ze ongeveer 10 cm groot zijn. Plant de stengels dan zo diep mogelijk in een groter en diep potje. Aan het deel van de stengel onder de grond groeien dan nog meer wortels. Geef vanaf nu water als de grond nog heel klein beetje vochtig is van onderaf water (rond de 15 min in een bakje met water zetten)
- Herhaal het verspenen nog 1x.
- Zet dan de plant in de definitieve pot.
Bewateren
- Geef na het planten flink wat water en geef zodra de tomaat begint te bloeien elke twee weken vloeibare tomatenvoeding. Geef ook heel regelmatig water, om te voorkomen dat de vruchten splijten.
Ondersteunen
- Ondersteun de planten met enkele tomatenspiralen of een hekwerk. Zo verminder je het gevaar dat de plant door windstoten of zware vruchten afbreekt.
Dieven
- Bij het dieven van tomaten worden de zogenaamde zijscheuten, die groeien in de bladoksels, verwijderd (afgesneden of afgebroken). Zo krijgen de hoofdtakken die vruchten dragen meer water en voedingsstoffen om te rijpen en worden ze ook lekker sappig en zoet.
Bemesten
- Tomaten bemesten vanaf de bloei
Zodra je tomaten beginnen te bloeien, begin je met het regelmatig bemesten van de planten. De tomatenplanten kunnen alleen voeding opnemen als de grond voldoende vochtig is. Het is dus het makkelijkst om een vloeibare mest te gebruiken via het gietwater. Doe dit eens per één à twee weken.